<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre> 
1 
 OVEREENKOMST TUSSEN PARTIJEN OVER BORGING EN UITVOERING VAN DE 
GEBIEDSGERICHTE MAATREGELEN IN EN NABIJ NATURA  2000 -GEBIEDEN IN VERBAND 
MET HET PROGRAMMA AANPAK STIKSTOF  IN DE PROVINCIE DRENTHE  
 
Partijen:  
 
 Het Drents e Landschap (hierna: DL), rechtsgel dig vertegenwoordigd door E.W.G. van der Bilt ; 
 Natuurmonumenten (hierna: NM), rechtsgeldig vertegenwoordigd door W. Alblas ; 
 Provincie Drenthe  (hierna: provincie), rechtsgeldig vertegenwoordigd door  H.H. van de Boer;  
 Staatsbosbeheer (hierna: SBB), recht sgeldig vertegenwoordigd door L.A. Hummelen ; 
 Waterschap Hunze en Aa’s , rechtsgeldig vertegenwoordigd door W. van der Ploeg ; 
 Waterschap Reest en Wieden, rechtsgeldig vertegen woordigd door M.M. Kool;  
 Waterschap Vechtstromen, rechtsgeldig vertegenwoordigd door B.H.M. Aarnink ; 
alsmede  
 Drents  Particulier Grondbezit (hierna: DPG), rechtsgeldig vertegenwoordigd door  B.J. Rossingh ; 
waarbij voor deze laatste partij  geldt dat haar ondertekening  haar individuele leden niet bindt ; 
 
Hierna gezamenlijk aan te duiden als ‘Partijen’  
 
Overwegende dat : 
 
1. de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu ingevolge 
artikel 19kg van de N atuurbeschermingswet 1998, in overeenstemming met de Minister van 
Defensie en Gedeputeerde Staten van de provincies, het Programma Aanpak Stikstof  
vaststellen; het programma economie en ecologie verbindt, door de realisering van de 
instandhoudingdoelen voor de Natura2000 -gebieden samen te laten gaan met economische 
ontwikkeling;  
 
2. het Programma Aanpak Stikstof (PAS) bevat:  
 generieke brongerichte maatregelen;  
 gebiedsgerichte maatregelen in en nabij Natura  2000-gebieden;   
 
3. de gebiedsgerichte maatregelen, aanvullend op bestaand beleid  en beheer , de kwaliteit van de 
natuur in de Natura  2000-gebieden  beschermen en versterken. D oel van deze gebiedsgerichte 
maatregelen is de natuur in de Natura  2000-gebieden  minder gevoelig te maken voor de 
effecten van de stikstofdepositie ; 
 
4. de gebiedsgerichte maatregelen omvatten:  
- interne maatregelen  in de Natura  2000-gebieden, dat betreft veelal inrichtings - en 
beheermaatregelen in bestaande natuurterreinen;  
- externe maatregelen  in gebieden nabij de Natura  2000-gebieden, dat betreft inrichtings - en 
beheermaatregelen op gronden die veelal een agrarische bestemming hebben.  
 
5. bij de voorbereidi ng van de uitvoering van de externe maatregelen wordt uitgewerkt welk deel 
van deze gronden een agrarische functie houdt (met de beperkingen in verband met uit te 
voeren herstelmaatregelen) en welk deel van functie verandert.  Voor de uitvoering van deze 
externe maatregelen worden eigenaren  door de provinice  schadeloos gesteld en indien 
noodzakelijk gronden verworven;  
 
6. de aard en omvang van de gebiedsgerichte maatregelen en de beoogde effecten van deze 
maatregelen per Natura  2000-gebied vastgelegd zijn in d e gebiedsanalyses;  
 
7. bij de uitvoering van de interne en externe maatregelen een groot aantal partijen betrokken 
zijn:   
 de interne maatregelen  worden uitgevoerd op gronden voornamelijk in bezit van 
terreinbeherende organisaties, maar ook van agrariers en particulieren;   
 de externe maatregelen  vinden plaats op gronden in bezit van een groot aantal eigenaren, 
voornamelijk agrariers en andere particulieren. Met name in gebieden met een groot aantal 
eigenaren vraagt de voorbereiding en uitvoering van de maatregelen veel overleg, 
afstemming en samenwerking;  </pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> 
2 
 8. in het kader van de ‘Raamovereenkomst Plattelandsontwikkeling Drenthe ’ partijen afspraken 
hebben gemaakt over de gezamenlijke uitwerking, uitvoering en voortgangsbewaking van 
projecten en programma’s voor de uitvoering van onder andere de PAS -maatregelen. Partijen 
zorgen voor het initiëren, uitwerken een uitvoeren van gebiedsgerichte projecten en 
programma’s voor de uitvoering van de int erne en externe PAS -maatregelen  in nauwe 
samenwerking met elkaar en andere partijen , in die gebieden waar maatregelen genomen 
moeten worden en met de PAS -gebiedsanalyses als uitgangspunt. Partijen hebben hierbij 
voorkeur voor een vrijwillige aanpak, maar hebben afgesproken om, indien nodig , dwingende 
instrumenten i n te zetten ; 
 
9. LTO zich via ondertekening van de Raamovereenkomst Plattelandsontwikk eling gecommitteerd 
heeft aan realisering van de PAS -herstelmaatregelen.  
 
10. voor de realisatie van de doelen van de PAS, en daarmee de uitgifte van de 
ontwikkelingsruimte, het noodzakelijk is dat de tijdige uitvoering van de gebiedsgerichte 
maatregelen in en  nabij alle Natura  2000-gebieden geborgd is;  
 
11. in het onderstaande voor wat betreft de uitvoering van de gebiedsgerichte maatregelen 
afspraken neergelegd zijn over de uitwerking, planning en voortgangsbewaking en mogelijk 
ingrijpen door de provincie in de e erste PAS -periode, zo nodig met het dwingend provinciaal 
wettelijk instrumentarium.  Dit laat overigens onverlet dat partijen nadere overeenkomsten 
kunnen sluiten over de realisatie van de totale N atura  2000-ontwikkelopgave;  
 
12. uitgangspunt  bij verwerving en functiewijziging ten behoeve van het creëren van een robuuste 
natuur is dat dit plaatsvindt op basis van vrijwilligheid. Partners hebben de voorkeur daarbij 
het instrument onteigening alleen in te zetten wanneer dit nodig is voor het tij dig uitvoeren van 
de PAS -maatregelen. Om dit te verwezenlijken is proactief grondbeleid nodig die weer 
dynamiek brengt in de grondmarkt.  Per gebied zal gestreefd worden naar de meest effectieve 
strategie om te komen tot verwerving / functiewijziging en ontwikkeling van bedrijven.  
 
13. een afwaartse beweging  van bedrijven ten opzichte van Natura 2000 -gebieden wenselijk is 
met het oog op de stikstofdepositie in de gebieden en de ontwikkelingsmogelijkheden voor 
bedrijven. Dit zal in principe vastgelegd worden in een Grondstrategieplan (GSP). Binnen deze 
strategie is gelijkberechtiging van verschillende eigenaren het uitgangspunt.   
 
14. het instrumentarium voor kavelruil en bedrijfsverplaatsingen ingezet zal worden voor het 
vrijmaken van gronden ten behoeve van het uitvoeren van de PAS -maatregelen. Genoemd 
instrumentarium wordt tevens ingezet voor landbouwstructuurversterking. De grondeig enaren 
zullen kansen benutten om via ruiling te komen tot realisatie van de PAS -maatregelen. Hierbij 
kunnen reeds verworven percelen een rol spelen.  
 
15. in het PAS -programma is verankerd dat via monitoring onder meer de effecten van de 
gebiedsgerichte maatreg elen, de toedeling van ontwikkelingsruimte en de stikstofdepositie in 
beeld worden gebracht, zodat, indien de monitoringsgegevens afwijken van de verwachte 
ontwikkelingen, de bij het programma betrokken bestuursorganen tijdig kunnen ingrijpen 
(“hand aan de  kraan” -principe).  
 
Dit ingrijpen kan er bijvoorbeeld toe leiden dat het maatregelpakket aangepast en/of versneld 
uitgevoerd moet worden en/of dat de uitgifte van ontwikkelingsruimte verminderd c.q. 
stopgezet  wordt ; 
 
16. met de nu voorligende afspraken  tijdige uitvoering van de gebiedsgerichte maatregelen  in de 
Drentse Natura 2000 -gebieden, opgenomen in het PAS programma 2015 -2021, en de 
afspraken over uitvoering van deze gebiedsgerichte maatregelen zijn geborgd.    </pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> 
3 
 Afspraken tussen partijen:  
 
I. Definities  
II. Doel van de afspraken  
III. Inzet wettelijk provinciaal instrumentarium  
IV. Verplichtingen van partijen ten aanzien van maatregelen   
V. Overige verplichtingen  
 
I Definities  
 
Artikel 1 Begripsomschrijvingen  
- Gebiedsanalyse : document  gekoppeld aan het vastgestelde Programma Aanpak Stikstof  dat 
voor ieder Natura 2000 -gebied (dat in de PAS is opgenomen) is opgesteld en waarin een 
ecologisch oordeel wordt gegeven over de uit te geven ontwikkelingsruimte, gebaseerd op 
de verwachte daling van de depositie en de in de geb iedsanalyses opgenomen 
gebiedsgerichte maatregelen.  
- Gebiedsprojecten en –programma’s : geheel van activiteiten gericht op de uitvoering van de 
gebiedsgerichte maatregelen.  
- Maatregelen : gebiedsgerichte maatregelen , die intern ( dit betreft inrich tings- en 
beheermaatregelen binnen de begrenzing van een aangewezen Natura 2000 -gebied ) dan 
wel extern (dit betreft inrichtings - en beheermaatregelen buiten de begrenzing van de 
aangewezen  Natura 2000-gebieden ) van aard kunnen zijn , dan wel onderzoeken betreffen 
voor de PAS -gebieden  waarvoor Drenthe (mede) bevoegd gezag is , zoals opgenomen in  de 
PAS-Gebiedsanalyses uit het vastgestelde PAS programma 2015 -2021.   
- KRW: Kader Richtlijn Water, Europese  richtlijn  die er  voor moet zorgen dat de kwaliteit van 
het oppervlakte - en grondwater in Europa in 2015 op orde is. Hierbij li gt de 
verantwoordelijkheid voor het oppervlaktewater bij de waterschappen en die voor het 
grondwater bij de provincie.  
 
II Doel van de afspraken  
 
Artikel 2 Doel  
De afspraken hebben tot doel de uitvoering van de maatregelen  voor de twaalf Natura 2000 
gebieden in Drenthe die in de Programmatische Aanpak Stikstof zijn opgenomen  te verzekeren . 
 
III Inzet wettelijk provinciaal instrumentarium  
 
Artikel 3  Instrumentarium  
De provincie zal de verplichtende en afdwingbare vormen van planuitwerking en -uitvoering 
inzetten  als dat nodig is om de voor maatregelen ingeboekte effecten tijdig te realiseren  dat wil 
zeggen in de eerste PAS periode van zes jaar . De pr ovincie heeft onder meer het navolgende 
instrumentarium  tot haar beschikking : 
a. de Omgeving svisie Drenthe en –verordening van de provincie waarin de Natura  2000-gebieden 
en de Uitwerkingsgebieden Ontwikkelopgave Natura  2000 (dit zijn  gebieden buiten de Natura  
2000-gebieden waar externe maatregelen genomen zullen worden ) planologisch zijn 
vastgelegd;  
b. vaststellen provinciaal inpassingsplan / gebruik pro actieve en reactieve 
aanwijzingsbevoegdheid op basis van de Wet ruimtelijke ordening ; 
c. verwerving en schadeloosstelling volgens door de provincie vastgestelde verwervingsplannen  
voor gronden waar maatregelen genomen worden;  
d. wettelijke her verkaveling op basis van de Wet inrichting landelijk gebied ;  
e. onteigening op basis van de Onteigeningsw et. 
 
IV Verplichtingen van partijen ten aanzien van maatregelen   
 
Artikel 4  Tijdige uitvoering maatregelen    
1. Voor zover partijen op eigen gronden interne maatregelen kunnen uitvoeren, zal de uitvoering 
van deze maatregelen zo spoedig mogelijk  na vaststelling van de PAS aanvangen.  
2. Teneinde ook een tijdige uitvoering van de overige interne maatregelen en de externe 
maatreg elen overeenkomstig de gebiedsanalyses te bewerkstelligen zorgen p artijen ervoor dat 
zo spoedig mogelijk en uiterlijk 2  jaar na de vaststelling van de PAS, in nauw overleg met </pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> 
4 
 grondeigenaren en andere betrokken partijen in de gebieden, gebiedsprojecten en  -
programma’s voor de realisering van de maatregelen vastgesteld en zo mogelijk in uitvoering 
genomen zijn, of kunnen worden .    
3. Partijen zorgen ervoor dat uiterlijk 6 jaar na de start van de PAS de in dit artikel bedoelde   
maatregelen  zijn uitgevoerd en afgerond.  
 
Artikel 5   Provincie  
1. De provincie voert regie op samenwerking van partijen bij de  uitwerking, uitvoering, 
voortgangsbewaking  en monitoring alsmede op tijdige  afronding  van maatregelen in de eerste 
PAS-periode van 6 jaar, onder andere door  planvorming en programmering en door andere 
partijen te faciliteren bij   uitwerking en uitvoering van maatregelen  met inzet  van financiële 
middelen , instrumentarium en expertise.  
2. Indien er binnen 2 jaar na inwerkingtreding  van de PAS  voor de projecten en / of programma’s 
geen zicht op afronding van de maatregelen  binnen de PAS -periode van zes jaar bestaat, 
wordt door de provincie een dwingende vorm van planuitwerking en -uitvoering als bedoeld in 
artikel 3 ingezet.  
3. De provincie vergoedt 100% c.q. volledig de met de maatregelen samenhangende kosten aan 
DL, NM, SBB en particulieren.  
4. De provincie vergoedt 100%  c.q. volledig de met de maatregelen samenhangende kosten aan 
de waterschappen behalve daar waar de maatregelen en de KRW -maatregelen (zoals 
opgenomen in de ‘factsheets’ van de waterbeheerplannen  dan wel, als het om de afspraken 
tussen provincie en watersc hap Hunze en Aa’s gaat,  de afstemmingsnota ‘Schoon en gezond 
water Noord -Nederland’ ) van de waterschappen samenvallen en dezelfde maatregelen 
betreffen. Dan is er sprake van een gezamenlijke financiering. Het vertrekpunt is dan dat 
waterschappen maximaal 5 0% aan de kosten bijdragen  naar gelang het belang dat zij hebben 
bij de uitvoering van de KRW werkzaamheden .  
5. De provincie en de waterschappen proberen ook de overige opgaven zoveel mogelijk te 
stapelen, zodat synergievoordelen kunnen ontstaan. Dit beteken t dat er een gezamenlijke 
verantwoordelijkheid is om de programmeringen van deze verschillende opgaven periodiek – 
minimaal jaarlijks – op elkaar af te stemmen zodat deze tijdig worden gerealiseerd. Daarnaast 
hebben provincie en de waterschappen een gezame nlijke verantwoordelijkheid om te zoeken 
naar cofinanciering voor de verschillende opgaven.  
6. De provincie neemt de voor de eerste 6 jaar benodigde middelen voor uitvoering van de 
maatregelen op in de provinciale begroting (‘Uitvoeringsreserve EHS’).  
7. De prov incie zorgt dat de interne en externe maatregelen N atura 2000/PAS obstakelvrij , d.w.z. 
dat de gronden beschikbaar zijn voor inrichting als natuur,  kunnen worden uitgevoerd. De 
provincie maakt daartoe afspraken met de grondeigenaren over de uitvoering van e xterne 
maatregelen op hun gronden, zoals opgenomen in de plannen voor de gebiedsprojecten en –
programma’s als bedoeld in artikel 4  lid 2 van deze overeenkomst.  
8. De uitvoering van maatregelen kan om verwerven van gronden, uitplaatsing van 
landbouwbedrijven en kavelruil vragen. De provincie zet hiervoor haar wettelijke 
instrumentarium als bedoeld in artikel 3 in, dan wel andere instrumenten zoals 
subsidieregelingen.  
9. Indien uit nader onderzoek en nadere planuitwerking gericht op de uitvoering van de 
maatregelen blijkt dat er effectievere en efficiëntere alternatieven zijn voor de in 
gebiedsanalyses opgenomen maatregelen, er draagvlak voor deze alternatieven is en deze 
alternatieven niet leiden tot minder ontwikkelingsruimte met betrekking tot enig Natura 2000 -
gebied, zal de provincie  toestaan dat de in de gebiedsanalyse opgenomen maatregelen worden 
vervangen door die alternatieven.  
10. De provincie spreekt de bereidheid ui t om bij monitoring van effecten van uitvoering van 
externe maatregelen waar relevant de effecten op de nabije leefomgeving te betrekken.  
 
Artikel 6 DL, NM en SBB  
DL, NM en SBB  dragen bij aan de uitwerking en uitvoering van maatregelen. Dit houdt in dat zi j 
adviseren over de uitvoering van maatregelen, de maatregelen ten behoeve van Natura 2000/PAS 
conform artikel 4 van deze overeenkomst (laten) uitvoeren  en dat zij voortgangs - en 
monitoringsinformatie leveren.  De kosten voor het (laten) uitvoeren van voort gangs - en 
monitoringsinformatie worden door de provincie 100% c.q. volledig aan DL, NM en SBB vergoed.  
 </pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre> 
5 
 Artikel 7 Particulieren  
1. De provincie maakt uiterlijk binnen 2 jaar na de vaststelling van de PAS dwingende afspraken 
met de overige eigenaren van gronden in Natura 2000 gebieden over de uitvoering van de 
maatregelen.  
2. Voor zover de afspraken als bedoeld in lid 1 niet kunnen worden gemaakt, bekijkt de provincie 
in overleg met partijen gezamenlijk naar alternatieve mogelijkheden zodat de beoogde effect en 
van de maatregelen wel worden bereikt. Daarnaast kan gekeken worden naar maatregelen die 
gepland staan in voor de tweede programmaperiode van de PAS als mogelijk alternatief. Artikel 
5, tweede lid, is van overeenkomstige  toepassing . 
 
Artikel 8  DPG 
1. DPG d raagt bij aan de uitwerking  en uitvoering  van maatregelen m et inzet van expertise.  
2. DPG l icht haar leden  actief  voor over de mogelijkheid om in de betreffende gebieden een 
actieve bijdrage te leveren aan de uitwerking en uitvoering van de maatregelen.  
 
Artikel 9 Waterschappen  
1. De waterschappen dragen bij aan de uitwerking en uitvoering van maatregelen zoals 
opgenomen in de gebiedsanalyses voor de Drentse Natura 2000 -gebieden . Dit houdt in dat zij 
adviseren over de uitvoering van  hydrologische  maatregelen,  conform artikel 4 van deze 
overeenkomst de hydrologische maatregelen ten behoeve van N atura 2000/PAS (laten) 
uitvoeren  en dat zij project voortgangs - en -monitoringsinformatie leveren.  
2. Indien  de waterschappen in het kader van de gebiedsprojecten en -programma’s gronden 
verwerven of in eigendom hebben waarop volgens de gebiedsanalyses maatregelen uitgevoerd 
dienen te worden, hebben zij de verplichting deze te (laten) uitvoeren.  
3. Niet overal waar de waterpeilen in het kader van N atura 2000/PAS gaan vera nderen, is de 
GGOR -procedure dan wel procedure voor peilbesluiten al doorlopen. Dit betekent dat het voor 
die gebieden noodzakelijk is om alsnog een GGOR -procedure dan wel procedure voor 
peilbesluiten te doorlopen. De inhoudelijke aspecten zullen zoveel mo gelijk worden 
meegenomen in het gebiedsproces. Zodra de functieverandering planologisch of anderszins is 
geregeld en de hydrologische maatregelen obstakelvrij zijn zal het waterschap een formele 
GGOR -procedure dan wel procedure voor peilbesluiten voor het desbetreffende gebied 
doorlopen. Daar waar peilaanpassingen aan de orde zijn zal de provincie samen met het 
desbetreffende waterschap bezien of en hoe het instrument van peilbesluiten zal worden 
ingezet.  
4. In het kader van de N atura 2000/PAS opgave vindt in veel gebieden een verandering van het 
waterpeil plaats. Dit kan leiden tot het optreden van (nat)schade. De provincie stelt zich 
verantwoordelijk voor de kosten van nadeelcompensatie/schaderegelingen die samenhangen 
met (nat)schade als gevolg van de hydrol ogische maatregelen N atura 2000/PAS, een en ander 
overeenkomstig de gangbare systematiek voor het bepalen van de hoogte van 
nadeelcompensatie/schaderegeling.  
5. Provincie en waterschappen vinden monitoring van de genomen maatregelen N atura 2000/PAS 
belangrij k. De provincie en de waterschappen zullen hiervoor hun bestaande meetnetten en 
peilbuizen inzetten. Indien er  in verband met deze N atura 2000/PAS maatregelen, in 
gezamenlijk overleg tussen provincie en waterschap te bepalen, aanvullingen op het bestaande  
netwerk noodzakelijk zijn wordt dit gefinancierd vanuit het N atura 2000/PAS -budget.  
 
V Overige verplichtingen  
 
Artikel 10 Toestemmingen  
Voor zover een partij voor de uitoefening van een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst 
een van overheidswege vereiste toestemming nodig heeft (vergunning, ontheffing, vrijstelling, 
melding etc.), dan is deze partij verplicht hiervoor tijdig deze toeste mming te verkrijgen . Indien 
deze toestemming door niet aan de desbetreffende partij toe te rekenen omstandigheden niet tijdig 
kan worden verkregen, dan ligt het risico van het (nog) niet kunnen voldoen aan de verplichting 
niet bij de desbetreffende partij.  
 
Artikel 11 Voortgangsbewaking  
Partijen bewaken  onder regie van de provincie  gezamenlijk de voortgang van de uitwerking van de 
gebiedsprojecten – en programma’ s. Minimaal eens paar jaar  bespreken zij hiertoe in bestuurlijk 
overleg de voortgang van de uitvoering van de interne en externe maatregelen als onderdeel van </pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre> 
6 
 gebiedsgerichte projecten en programma’s. Indien nodig worden in dit overleg afspraken gemaakt 
over het bijsturen van de ui tvoering van de maatregelen gericht op tijdige realisatie van de 
maatregelen voor de eerste PAS –periode binnen uiterlijk 6 jaar.   
 
Artikel 12 Toetredingsregeling  
1. Teneinde de uitvoering van maatregelen  zo breed als noodzakelijk te kunnen borgen, kan een 
derde gedurende de looptijd van de afspraken tussen partijen  als partij toe treden. Zo’n 
toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit de afspraken v oortvloeien 
schriftelijk te aanvaarden.  
2. Partijen stimuleren andere relevante partijen om toe te treden als partner.  
3. Een toetredende partij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan alle 
deelnemende partijen. De deelnemende partijen besluite n gezamenlijk of met toetreding wordt 
ingestemd. Zodra de partijen hebben besloten in te stemmen met de toetreding van een partij, 
ontvangt de toetredende partij de status van partij van de overeenkomst en gelden voor die 
partij de voor haar uit de overeen komst voortvloeiende rechten en verplichtingen. Zo nodig 
worden voor de toetredende partij specifieke rechten en verplichtingen geformuleerd en 
overeengekomen.  
4. Het verzoek tot toetreding, de verklaring houdende instemming en, indien van toepassing, de 
specifiek overeengekomen rechten en verplichtingen voor de toetredende partij, worden als 
bijlagen aan deze afspraken toegevoegd . 
 
Artikel 1 3 Gewijzigde of onvoorziene omstandigheden  
1. Partijen zullen deze overeenkomst te goeder trouw en naar redelijkheid en bil lijkheid uitvoeren.  
2. Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die wezenlijke gevolgen hebben voor de 
uitvoering van de afspraken tussen partners , treden partijen met elkaar in overleg.   
3. Van omstandigheden als bedoeld in lid 2 van dit artikel kan  onder meer sprake  zijn wanneer:  
a. Het rijk de aan de provincie toegezegde gelden voor  uitvoering van  de maatregelen  intrekt 
of vermindert;  
b. De beschikbaar gestelde gelden onvoldoende blijken om de maatregelen  uit te voeren ,  
bijvoorbeeld door tegenva llende uitvoeringsk osten of gewijzigde normkosten;  
4. Het in het tweede  lid bedoelde overleg vindt plaats uiterlijk 6 weken nadat een partij de wens 
hiertoe aan de andere partijen schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.   
 
Artikel 1 4 Wijziging  
1. Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken de afspraken tussen partners te 
wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen.  
2. Een verzoek tot wijziging wordt besproken uiterlijk 6 weken nadat een partij de wens hiertoe 
aan de ande re partijen schri ftelijk kenbaar heeft gemaakt . 
3. De wijziging en de verklaringen tot instemming worden als bijlagen aan deze afspraken 
gehecht.  
 
Artikel 1 5 Opzegging  
1. Elke partij kan , met inachtneming van op basis van deze overeenkomst reeds aangegane 
verplichtingen in de vorm van bijvoorbeeld (subsidie)beschikkingen  maar dan niet dan nadat 
een dergelijk voornemen is voorgelegd aan een bestuurlijk overleg van partijen , de gemaakte 
afsprake n met een opzegtermijn van een maand schriftelijk opzeggen, indien een zodanige 
verandering van omstandigheden is opgetreden dat de afspraken billijkheidshalve op korte 
termijn behoren te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden motiver en. 
2. Wanneer een partij de gemaakte afspraken opzegt, beraden de overige partijen zich over de 
gevolgen daarvan.  
3. Ingeval van beëindiging van de gemaakte afspraken is geen van de partijen jegens een andere 
partij schadeplichtig.  De voor de opzegging aangega ne verplichtingen uit hoofde van deze 
overeenkomst worden vergoed door de provincie.  
 
Artikel 1 6 Inwerkingtreding en looptijd  
1. De gemaakte afspraken treden in werking met ingang van de dag na ondertekening van het 
PAS door de daartoe bevoegde gezagen en ein digen met ingang van de datum waarop eerste 
programmaperiode eindigt.  </pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre> 
7 
 2. Na afloop van de in het eerste lid genoemde duur worden de afspraken voor de duur van de 
daarop volgende PAS -periodes voortgezet, tenzij partijen uitdrukkelijk anders besluiten. 
Partijen  treden uiterlijk een jaar voor de datum, genoemd in het eerste lid, in overleg over 
beëindiging van de afspraken.  
 
 
Aldus overeengekomen en ondertekend op ……..……………… …….. 
 
Het Drents e Landschap  
vertegenwoordigd door E.W.G. van der Bilt  
 
 
 
………………………………………………………………………  
 
Natuurmonumenten  
vertegenwoordigd door W. Alblas  
 
 
 
………………………………………………………………………  
 
Staatsbosbeheer  
vertegenwoordigd door L.A. Hummelen  
 
 
 
………………………………………………………………………  
 
Provincie Drenthe  
vertegenwoordigd door H.H. van de Boer  
 
 
 
………………………………………………………………………  
 
Waterschap Hunze en Aa’s  
vertegenwoordigd door W. van der Ploeg  
  
 
 
………………………………………………………………………  
 
Waterschap Reest en Wieden  
vertegenwoordigd door M.M. Kool  
 
 
 
………………………………………………………………………  
 
Waterschap Vechtstromen  
vertegenwoordigd door B.H.M. Aarnink  
 
 
 
………………………………………………………………………  
 
alsmede  
 
Drents  Particulier Grondbezit  
vertegenwoordigd door B.J. Rossingh  
 
 
 
………………………………………………………………………  </pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>